action play

Anarchisme vrijdag 17 april 2015 om 10:46
Geregistreerd: 28-9-2014
Berichten: 420
 
Arlekeno schreef:
Ja en als we het toch over de laatste 5 maanden hebben; volgens mij heb jij de afgelopen maanden bijna geen enkele reactie geplaatst die niet denigrerend/laatdunkend jegens een ander forumlid was. Voor iemand die beweerde niet meer actief te zullen zijn, ben je nog behoorlijk actief bezig met het afkatten van anderen.

Tja, als jij dat vindt... ik geef toe dat ik veel dingen beter en vooral vriendelijker had kunnen verwoorden; daar heb je helemaal gelijk in.

En over het inactief zijn, dat klopt ook. Die reactie heb ik in december geplaatst but here I am, nog steeds reacties aan het geven op anderen. Ik kan het niet laten om ''even snel'' te reageren! ;)

Dat gezegd hebbende, het is tijd dat ik maar eens opstap. Veel gebeurt er niet meer op de website. Nu moet ik alleen nog mezelf ervan weerhouden om regelmatig de website te bezoeken, wat onderhand weer een gewoonte is geworden.

Maar goed, ik ben de kwaadste niet. Ik heb ervoor gezorgd dat Avatar-fourelements nu alledrie de seizoenen van ''Avatar: The Legend of Aang'' in het Nederlands kan streamen in erg hoge kwaliteit, en daar ben ik natuurlijk best trots op, gezien de tientallen uren die het me gekost heeft. Geen zorgen, die afleveringen laat ik natuurlijk allemaal staan.

Dit bericht begint iets te lang te worden vind ik. Tijd om af te ronden. ''Definitief!'' (Ozai quote)

Ik wens jullie allemaal heel erg veel geluk en voorspoed in het leven! Maak er iets van! ^_^
JustaGirl zaterdag 2 mei 2015 om 15:49
Geregistreerd: 31-7-2012
Woonplaats: Nederland
Berichten: 767
 
Rhine

“Het spijt me. Tetsu zal nooit meer kunnen lopen.”

Ik kon de stem van Ikki die middag niet meer uit mijn hoofd krijgen. Misschien omdat niemand na die uitspraak nog iets te zeggen had gehad of we er gewoon niet aan konden geloven. Ook gaf de vrouwelijke luchtnomade aan dat Tetsu wat tijd voor zichzelf nodig had en we hem voorlopig beter met rust konden laten. Nosson opperde nog om de metaalmeester een behandeling te geven, maar zelfs voor de watermeester opende Tetsu zijn deuren niet. Zodra iemand de hendel van de wagon ook maar opzij trok, sloeg de metalendeur net zo snel weer dicht. Daarmee was Ikki’s boodschap voor iedereen wel duidelijk geweest.

Tussen de gesloten lamellen door kon ik nog net een glimp van de metaalmeester ontvangen voordat ik het terrein bij zijn wagon verliet. Als ik niet beter zou weten, zou ik nooit hebben kunnen raden dat het Tetsu was die daar in tranen zat. Hij was altijd op me overgekomen als iemand… Iemand die het hoofd onder welke omstandigheden dan ook wel koel zou houden. De vastberaden bemiddelaar en de man van wie ik nooit had kunnen voorspellen dat hij zijn emoties de overhand zou geven. Het was vreemd om hem zo kwetsbaar te zien, maar er was dan ook niets wat ik kon bedenken wat hem eventueel beter zou laten voelen. Het was niet alsof onze geruststellingen hem het gevoel in zijn benen konden teruggeven. Maar na alles wat hij voor ons had gedaan, moest er toch wel iets zijn wat we voor hem terug konden doen?

In gedachten verzonken zat ik op de grond en leunde naast Mazin tegen een wagon aan. De donkere wolken van vanochtend hadden plaatsgemaakt voor de zon en ik besloot nog even te genieten van de warmte voordat de duisternis zou aanbreken. Voor me zaten Tsjon en Feline, die ondanks de omstandigheden hun wereldreis verder uitstippelden. Ik kon maar niet begrijpen dat ze zich daarmee bezig konden houden, want voorlopig kwamen we hier niet weg. Bij elke stap die we vooruit kwamen, werden we weer gedwongen om er twee terug te nemen. Het enige voordeel aan deze hele gijzelingscrisis was dat ik hier veilig van mijn oom verwijderd was, maar dat was dan ook wel het enige. Als de bevrijding eenmaal achter de rug was zou iedereen zijn eigen weg gaan en ik had werkelijk geen idee wat dat pad voor mij in petto had.

Ik had Noa beloofd om mijn oud- vuurstuurleraar op te zoeken, maar ook wist ik dat ik op die manier problemen met mijn oom zou opzoeken. En hoewel het mijn doel was om die klootzak permanent het zwijgen op te leggen, beangstigde het idee me ook. Zeker na onze aanvaring met Ura. Ik was er altijd vanuit gegaan dat Tetsu haar met gemak onder de duim zou krijgen, maar zelfs Tetsu gaf van tevoren aan dat hij hulp nodig had. Zonder mij, Xue, Arlekeno en alle eerste hulp… ik wilde niet eens weten hoe het dan was afgelopen. Maar tegelijkertijd deed me dat iets belangrijks beseffen. Ik kon mijn oom niet in mijn eentje aan en ter oordelen aan de afkeuring van mijn vrienden, zou ik waarschijnlijk ook geen hulp kunnen verwachten. Laat staan dat ik het überhaupt durfde te vragen.

Ik hield mijn mond er maar over en werd pas weer wakker geschud toen Mazin me zachtjes tegen de bovenarm duwde. “Daar is Nosson, Rhine?”
“Wat?”
“Je moet nog steeds naar die schouder van je laten kijken,” hielp Mazin me herinneren en ik zuchtte vermoeid bij de gedachte. “En hoewel ik geen dokter ben, kan ik je wel zeggen dat die wond gaat ontsteken als je er nog langer mee wacht. Dus vraag het hem nou maar gewoon.”
Liever niet, dacht ik bij mezelf. Het was de klap tegen mijn schouder geweest die me voor het eerst weer liet denken aan mijn oom. Ik wilde niet nog een keer herinnerd worden aan die pijn en op nog een preek van Nosson zat ik al helemaal niet te wachten.
“Gun hem ook een dagje rust,” zei ik uiteindelijk. “Ik heb er even geen zin i-”
“Hey, Nosson!”
Ik wierp Mazin een boze blik toe, maar helaas kon dat niet voorkomen dat de watermeester ons opmerkte en naar ons toe kwam gelopen met de vraag wat er aan de hand was.
“Rhine heeft nog last van haar schouder, zou jij er even naar willen kijken?”

Natuurlijk weigerde Nosson niet. Natuurlijk gaf Mazin me geen kans om me eronderuit te praten en natuurlijk liep ik nu dan toch met de watermeester mee naar een van de wagons waar hij nog vers water had klaarliggen. Het water wat oorspronkelijk bedoeld was om Tetsu nog een behandeling te geven. Ik nam plaats op een bankje en wat onhandig probeerde ik met één hand het bandje van mijn hemd over mijn rechterarm te laten glijden. Nosson schoot echter gauw te hulp. “Hier, laat mij maar.”
Het bleef even stil toen Nosson mijn schouder bestudeerde. Ik beet voorzichtig op mijn lip: “Is het erg?”
“Opgezwollen en de schaafwond is wat ontstoken…, maar ik kan niet vertellen waar die rode striemen vand-”
“Mijn oom,” antwoordde ik kortaf. Er viel een ongemakkelijke stilte en de heler stuurde zonder verder te vragen het water om zijn handen. Toen het water in aanraking kwam met mijn schouder, kromp ik ineen van de pijn waarbij ik onbewust overeind was geschoten.
“Rustig maar, ik doe je geen pijn,” stelde Nosson me gerust. “Moet ik Mazin anders vragen of hij-”
“Nee,” viel ik hem in de reden. Ik schudde mijn hoofd. “Je hebt gelijk. Ik stel me aan.”
Ik ging weer zitten en gaf hem een bevestigende knik. “Probeer je te ontspannen Rhine.”
Ik ademde diep in en tijdens mijn uitademing voelde ik weer hoe het water contact maakte met mijn schouder. Ik strengelde mijn vingers om de rand van het bankje, maar gelukkig duurde het niet lang tot de spanning mijn lichaam verliet en ik Nosson in alle rust zijn werk kon laten doen.
“Het spijt me nog van vandaag,” dwong ik mezelf na een lange stilte te zeggen. Ik beet op mijn lip. “Het was niet mijn bedoeling om zo fel te reageren.”
“Het zit al goed,” antwoordde Nosson nuchter. “Ik had je er ook gewoon niet meteen mee moeten lastigvallen, dat was stom van me.”
“Je bedoelde het goed.”
“Maar dat was niet genoeg om je van gedachten te laten veranderen, nietwaar?”
Ik snoof minachtend. “Hij verdient het.”
“Zondermeer,” beaamde Nosson. “Maar denk je echt dat het de juiste manier is? Niemand dwingt je om het te doen, Rhine. Je hebt een keuze en ik weet dat je nu gewoon voor het verkeerde kiest.”
Had ik het hem dan nog niet duidelijk gemaakt? Dacht ik geïrriteerd. Hoe vaak moest ik nog gaan uitleggen dat ik niet van gedachten zou veranderen? “Wil je jezelf tegenover je oom bewijzen?” draafde hij verder. “Is dat de reden waarom je hem ineens wilt opzoeken, omdat je hem wilt bewijzen dat je niet meer bang voor hem bent? Dat is namelijk nergens-”
“Mijn oom dwingt me een keuze te maken,” zei ik met een bittere ondertoon. “En ik heb die keuze lang genoeg uitgesteld. Blijven wegvluchten is geen optie meer. Dat, Nosson, is wat Fom deed. Hij vluchtte weg naar Sernenila en koos voor haar, omdat hij zijn problemen niet kon trotseren. Ik ben Fom niet.”
“Klopt,” antwoordde Nosson met een schrale glimlach. Hij stuurde het water terug in de emmer en begon met het verbinden van mijn rechterschouder. “Jij bent Rhine.”
Ik herinnerde me nog vaag dat hij zoiets soortgelijks had gezegd in de bunker en nog steeds vroeg ik me af of dat iets positiefs of negatiefs was. “Koppig en eigenwijs,” vervolgde de heler. “Maar ook een goede vriendin. En hoewel ik hoop dat je er toch nog over na gaat denken, wil ik ook dat je weet dat we er voor je zijn. Wat de toekomst ook mag brengen, je kunt altijd bij ons terecht. Dat weet je toch?”
Onbedoeld voelde ik mijn ogen zich weer vullen met water. Hoewel hij mijn keuze misschien niet goedkeurde, gaf hij wel aan voor me klaar te staan en misschien was dat nog wel belangrijker voor me om te horen. Toen ik echter mijn mond opentrok om hem te bedanken, werd mijn aandacht plotseling getrokken door een gegil.
“Hoorde jij dat?”
“Hoorde ik wat?” herhaalde Nosson.
“I-ik dacht een gegil te horen,” stamelde ik terwijl ik nu echt begon te vrezen dat er stemmen in mijn hoofd zaten. Of zou het weer dat terracottalid zijn die onder handen van Arlekeno en Noa was? Ik wist het niet, maar nadat er nog een schreeuw volgde, leek ook Nosson het te horen. Het gegil leek van de rechterkant van de wagon vandaan te komen en ik schoof het gordijn wat opzij om te kunnen zien wat er aan de hand was. Nosson, die ook al naast me was gaan staan, begon zachtjes in zichzelf te vloeken.
“Ik zei nog zo dat ze rustig aan moest doen,” bromde hij geïrriteerd.
“Laat haar maar.” Ik pakte hem bij zijn bovenarm beet. “Ze moet haar frustratie gewoon even kwijt Nosson.”

Ik richtte mijn blik weer op het raam waar Xue buiten druk bezig was met een straaltje watersturen. Als je niet beter wist, zou je niet zeggen dat ze een paar dagen terug zo ernstig toegetakeld was. Sterker nog, de watermeester leek zelfs nog hardere klappen uit te delen tegen de wagon voor haar dan op die avond tegen Ura. Nosson beviel het maar niets en hij was zeker niet de enige toen we ineens Arlekeno het terrein zagen betreden. Hoewel ik niet kon verstaan wat ze zeiden, leek het Xue te stoppen met waar ze ook mee bezig was.
“Kunnen die ramen niet open?” Vroeg ik aan Nosson. “Ik wil verstaan wat ze zeggen.”
“Ik geloof niet dat dat nodig is...” Hij wees naar het raam. Nog net zag ik dat Arlekeno met brute kracht een van de jerrycans, die Xue hoogstwaarschijnlijk gebruikt had om te kunnen watersturen, een heel eind verderop trapte en zowel ik als Nosson gingen er vanuit dat de explosiestuurder het slechte nieuws over Tetsu’s situatie te horen had gekregen. Misschien was het inderdaad niet zo’n goed plan om dichterbij te komen, bedacht ik me plotseling. Dat was uiteindelijk ook niet eens nodig geweest, want Xue en Arlekeno kwamen vanzelf dichterbij.
“Kom,” fluisterde ik tegen de watermeester terwijl ik op mijn hurken bij de open wagondeur blijf zitten. Xue stond op nog geen twee meter afstand met de rug naar de opening toegekeerd en vanaf mijn plek kon ik nog net een deel van Arlekeno’s gezicht zien.
“Wat ga je doen?” hoorde ik Xue fluisteren. “Ze zeiden dat we hem beter wat ruimte konden geven om-”
“Die groentehappers kunnen m’n rug op,” blafte hij terug. “Ik bepaal zelf wel wat ik denk wat goed voor hem is. Al blazen ze me de Yue Bay over.”
“Het is Tetsu die het niet wilt, Arlekeno. Hij wilt niet gestoord worden.”
“In dat geval mag hij gauw ophouden zichzelf zo ontzettend zielig te vinden, want ik ben klaar met al dat gejank en getreuzel. We gaan die zweefteven en Tetsu's dochter halen.”
Arlekeno begon te grijnzen op een manier dat ik er de kriebels van kreeg. “Ik weet namelijk exact waar ze zijn.”


Zo, enough of the Rhine-drama for this day, tijd voor wat actie dames en heren. Ik ben ontwaakt uit mijn AP- winterslaap, nu jullie nog^^
Iamtheavatar zondag 9 augustus 2015 om 00:26
Geregistreerd: 26-11-2012
Woonplaats: Italy
Berichten: 430
 
Ik ben definitief gestopt met Action Play en heb avatar the four elements als een lid verlaten. Hartstikke bedankt voor deze rp. Ik heb er veel plezier in gehad.
Bericht is gewijzigd op woensdag 13 september 2017 om 18:27.
SamanthaBlaze2001 donderdag 13 augustus 2015 om 23:05
Geregistreerd: 12-8-2015
Woonplaats: Ergens
Berichten: 45
 
Hey,
Kan misschien ik meedoen?
Mijn personage heet Luna. Ze is 16 jaar en een goede watermeester. Haar ouders, kleine broertje Max, kleine zusje June en tweelingzus Elina zijn omgekomen bij een lawine. Luna is de enige die dit overleefde. Sinds het ongeluk, neemt, als ze erg boos of bang is, haar overleden zus de controle over haar lichaam over. Haar watersturing maakt plaats voor vuursturing ( Elina was een vuurmeester, hun vader kwam uit de vuurnatie en hun moeder van de noordelijke waterstam) en haar rustige persoonlijkheid verandert in de felle persoonlijkheid van Elina. Ze probeert zichzelf weer onder controle te krijgen en haar normale leven weer op te pakken...

Nog een vraagje: waar speelt het verhaal zich grotendeels af? Dat is wel handig om te weten.
Groetjes, Sam.
Vrienden zijn net als sterren: je kunt ze niet altijd zien, maar je weet dat ze er altijd zijn.
Luchtavatar13 zaterdag 15 augustus 2015 om 11:49
Geregistreerd: 13-9-2012
Woonplaats: Het Koninkrijk der Nederlanden
Berichten: 743
 
SamanthaBlaze2001 schreef:
Hey,
Kan misschien ik meedoen?
Mijn personage heet Luna. Ze is 16 jaar en een goede watermeester. Haar ouders, kleine broertje Max, kleine zusje June en tweelingzus Elina zijn omgekomen bij een lawine. Luna is de enige die dit overleefde. Sinds het ongeluk, neemt, als ze erg boos of bang is, haar overleden zus de controle over haar lichaam over. Haar watersturing maakt plaats voor vuursturing ( Elina was een vuurmeester, hun vader kwam uit de vuurnatie en hun moeder van de noordelijke waterstam) en haar rustige persoonlijkheid verandert in de felle persoonlijkheid van Elina. Ze probeert zichzelf weer onder controle te krijgen en haar normale leven weer op te pakken...

Nog een vraagje: waar speelt het verhaal zich grotendeels af? Dat is wel handig om te weten.
Groetjes, Sam.

Hallo Samantha,

Leuk dat je mee wilt doen met een Avatar-roleplay. Je kunt meeschrijven aan het Action Play (AP), maar ik zou dat afraden om de volgende redenen:

1. Vrijwel alle spelers zijn op dit moment (en de afgelopen paar maanden ervoor) niet meer actief geweest. We weten ook niet meer of ze nog actief worden;
2. Dit verhaal is nu al meer dan 180 pagina's lang en het heeft een aantal gedetailleerde verhaallijnen ontwikkeld die behoorlijke impact hebben gehad op de "wereld", zoals de ontdekking van glassturing.

Maar betekend dit dan dat je helemaal niets hoeft te doen? Welnee! Er is namelijk nog een roleplay op deze site, genaamd het Story In Action (SIA). Het SIA is een ruime honderd pagina's korter dan het AP en is ook nog niet zover ontwikkeld dat het moeilijk is voor nieuwkomers om erin te komen. Op het moment is het inactief, maar ik heb een rondvraagje gedaan en het blijkt dat er schrijvers zijn die het weer op willen pakken (waaronder ikzelf).

Dus mocht je willen besluiten om een kijkje te nemen bij het SIA, dan kun je op deze link klikken. Er is ook een samenvattingstopic waar je je personage kunt voorstellen en die van anderen kunt bekijken. (Probeer het bij een post te houden in dit topic, het is immers bedoeld voor het geven van een kort en bondig overzicht.) Mocht je nog vragen hebben dan kun je mij (of een ander actief lid) altijd een persoonlijk bericht sturen.

In elk geval veel plezier verder op deze site.

Luchtavatar13
Only justice will bring peace. ~ Avatar Kyoshi
SamanthaBlaze2001 maandag 17 augustus 2015 om 15:28
Geregistreerd: 12-8-2015
Woonplaats: Ergens
Berichten: 45
 
Oke, bedankt voor de tip. Ik wil graag meeschrijven!
Vrienden zijn net als sterren: je kunt ze niet altijd zien, maar je weet dat ze er altijd zijn.
kevin1999 woensdag 7 september 2016 om 22:55
Geregistreerd: 24-9-2012
Woonplaats: republic city
Berichten: 602
 
Ookal weet ik dat vele dit niet zien..wil ik iedereen bedanken voor dit rp. persoonlijk vond ik het heel erg leuk en heb ik veel geleerd over verhalen schrijven (in rp formaat natuurlijk)

dus iedereen die hieraan meedeed heel erg bedankt voor dit mooie en leuke rp!


~kevin1999
owo
deheler98 zondag 18 februari 2018 om 23:07
Geregistreerd: 12-12-2012
Woonplaats: België
Berichten: 484
 
Lang geleden dat ik deze site nog eens bezocht had. Was onmiddellijk enkele stukken van AP nog eens gaan lezen. Kei tof! ^^D
It's not how hard you fall.
It's how you get back up.
Zuko4Ever zaterdag 10 oktober 2020 om 21:34
Geregistreerd: 6-6-2010
Woonplaats: Republikazia
Berichten: 1600
 
Een tijd terug had ik het met JustaGirl nog eens over dit action play. Ondanks dat het verhaal al ruim 5 jaar op z’n gat ligt, kwamen we er achter dat we allebei nog erg veel ideeën hadden over de afloop ervan. En met het verschijnen van ATLA en LoK op Netflix, werden we geïnspireerd om die ideeën uit te schrijven om te kijken of we dit verhaal (of tenminste de huidige verhaallijn) kunnen afronden. ^_^



Arlekeno XXXIX – Perohoshi

Met een ruk trok hij de schuifdeur open. Het bendelid knipperde met zijn ogen tegen het felle zonlicht dat opeens de binnenkant van de wagon verlichtte. Arlekeno hoorde Noa naar adem happen, maar dat negeerde hij. Hij stapte de wagon binnen, waardoor zijn lange schaduw over het gehavende lijf van zijn gevangene viel.

Brulor had een blauw oog, een gescheurde lip en zijn uniform dat hem kenmerkte als een lid van de Terracotta bende was op diverse plaatsen gescheurd. Zijn handen waren boven zijn hoofd bij elkaar gebonden met een ijzeren ketting, en de huid van zijn polsen was rood gestriemd. Bungelend aan het plafond, wisten de punten van zijn blote voeten nog net de vloer aan te raken. Het was een positie die verre van comfortabel was, wat natuurlijk precies de reden was waarom Arlekeno de kerel zo had opgehangen.

Arlekeno keek de man aan. “Dit kereltje,” hij wees met zijn duim over zijn schouder naar Noa: “schijnt te denken dat jij ons wel iets nuttigs verteld als ik wat aardiger voor je ben. Maar jij en ik weten wel beter, of niet?”
Achter zich hoorde hij Noa zuchten, en hij begon er al spijt van de krijgen dat hij de kleine vuurstuurder had meegenomen.
“Dus hier is mijn voorstel,” vervolgde hij tegen Brulor: “Jij vertelt me waar Ura haar gijzelaars vast houdt, zodat ik die trieste windbuilen kan gaan ophalen. Dat bespaart mij een hoop gezeur van hun familie, en jou een hoop pijn. Denk je eens in, een paar rustige uren-”
Zonder waarschuwing sloeg hij de aardstuurder in zijn maag.
“Waarin je-”
Ditmaal een klap in zijn gezicht.
“Geen klappen krijgt.”
Hij eindigde met een kaakslag om zijn woorden kracht bij te zetten.

Met de armen over elkaar gevouwen keek hij hoe Brulor hoestte en proestte om bij te komen, gehinderd door de kettingen waarmee hij aan het plafond hing. Zijn borstkas ging op en neer en uit zijn keel kwam een rochelend geluid, alsof hij zijn best moest doen om uit zijn woorden te komen. Tevreden boog Arlekeno zich naar hem toe… en kreeg een klodder van speeksel en bloed in zijn gezicht.

Brulor keek hem aan met een gezicht dat vertrokken van walging en woede, twee emoties die nu door beide mannen in de ruimte gedeeld werden. Met de rug van zijn linkerhand veegde Arlekeno zijn gezicht af. Met de ander greep hij Brulor bij zijn kin. “Laatste kans,” siste hij woedend: “Jij vertelt me nu wat ik wil weten of je zult wensen dat je samen met dat loeder Ura gestorven was!”

“Genoeg,” Noa greep zijn arm met beide handen vast en trok hem bij Brulor vandaan: “Zo maak je hem nog van kant. Dit is een doorgewinterde crimineel! Denk je echt dat je hem met je vuisten aan het praten kunt krijgen?”
Kwaad rukte Arlekeno zijn arm los. “Ik weet dat je het met die slappe praatjes zeker niet lukt,” snauwde hij.
Noa keek hem streng aan en zijn lichtbruine ogen schitterde. “Je moet dit gebruiken,” zei hij op fluistertoon, en hij tikte met zijn vinger tegen zijn hoofd.

Noa liep naar Brulor toe, die hem minachtend aankeek. “Ik weet wat je denkt,” zei hij tegen de aardstuurder: “Jij denkt dat we alsnog je om zeep helpen zodra je ons verteld hebt wat we willen weten. Je weet dat je zo goed als dood bent, dus waarom zou je je moordenaars helpen door je bende te verraden?” hij leek geen antwoord op die vraag te verwachten. Desondanks boog hij zich iets dichter naar Brulor toe. “Maar je moet weten dat we je helemaal niet gaan vermoorden.”
“Oh jawel hoor,” onderbrak Arlekeno hem. Nu had hij er zeker spijt van dat hij dat kereltje had meegenomen voor deze ondervraging. Hij prikte met zijn vinger in de richting van Brulor: “Hij gaat ons alles vertellen, of hij sterft. Langzaam en zeer pijnlijk,” voegde hij er aan toe. Wat dacht dit domme joch wel niet? Als Brulor niet besefte dat zijn leven op het spel stond zou hij hen nooit vertellen wat ze wilde weten.

Noa wendde zich met een geïrriteerde blik tot hem, alsof hij wilde aangeven dat Arlekeno zijn hele plan aan het verpesten was. Al zag Arlekeno niet in hoe, aangezien Brulor’s kaken nog altijd stevig op elkaar geklemd waren.
“Heb je ooit van Perohoshi gehoord?” vroeg Noa. Het was Arlekeno niet duidelijk of hij het tegen hem of tegen Brulor had. “Waarschijnlijk niet. Het is een oude stadslegende. Een mythe die je nog maar heel af en toe hoort op straat. Met goede reden,” voegde hij er vlug aan toe: “Als de Triple Trots je dat verhaal hoorde vertellen…”
“Wat is een Geestesnaam een Perohoshi?!” snauwde Arlekeno ongeduldig.
“Geen wat. Een wie,” antwoordde Noa: “Hoshi was een vuurstuurder die zich de woede van de Triple Trots Bende op de hals had gehaald. Wat hij precies gedaan had om ze zo kwaad te krijgen is niet bekend. Misschien had hij geflirt met de vriendin van de bendeleider, of had hij geld geleend en het niet terugbetaald, of had hij simpelweg niet genoeg respect getoond. Wat de reden ook mocht zijn, de Triple Trots speurde de stad af naar Hoshi, vastbesloten om de rekening te vereffenen.
Een van de bendeleden die naar hem zocht was een aardestuurder genaamd Pero. En laat het nu net deze Pero zijn die het pad van Hoshi kruiste. Was het toeval dat juist Pero Hoshi tegenkwam, of was het onderdeel van een vooropgezet plan? Zoals zoveel in deze mythe, kun we er alleen maar naar raden. Wat wel bekend is, is dat in de confrontatie die volgde, Pero het onderspit dolf, en enkele uren later werd hij wakker in een verlaten kelder, aan handen en voeten gebonden.

Het feit dat Hoshi hem had weten te overmeesteren, had al de eerste waarschuwing voor Pero moeten zijn, maar net als vele van de Triple Trots was hij te, nou ja… trots.
Hoshi’s eerste vraag was of Pero’s vrijlating genoeg zou zijn voor amnestie bij de rest van de Triple Trots bende. Pero’s antwoord was eerlijk, zij het verre van subtiel: hij lachte Hoshi in zijn gezicht uit. Dat was zijn tweede fout.
Daarop vroeg Hoshi of Pero’s dood de Triple Trots zou afschrikken, zodat ze hun klopjacht op hem zouden staken. Een wijzer man zou bang zijn geworden. Maar Pero werd alleen maar boos. Hij zou niet durven! De Triple Trots zou bloedwraak nemen, Hoshi was zo goed als dood! Hij zou smekend voor genade aan zijn einde komen!

De exacte details van wat er toen gebeurde weet niemand meer precies, maar drie dagen later troffen de Triple Trots Bende een naakte Pero op straat aan. Hij was zwaar toegetakeld. Zijn lichaam zat onder de blauwe plekken. De zolen van zijn voeten waren dusdanig verbrand, dat de kleinste aanraking hem al liet gillen van de pijn. Elk van zijn vingers was op drie plaatsen gebroken. En hij was blind gemaakt.”

Onbedoeld was Arlekeno onder de indruk. Wie had gedacht dat dit kleine kereltje zulke grote ballen had? Zouden zijn vredelievende hippie-vriendjes wel weten hoeveel dit kereltje van martelen wist?

“Zoals Pero voorspeld had, zwoer de Triple Trots wraak. Maar al gauw kwamen ze tot de ontdekking dat geen van hun leden nog serieus op zoek durfde te gaan naar Hoshi, uit angst dat hen hetzelfde zou overkomen als die arme Pero.
Zie je, toen Hoshi doorkreeg dat noch Pero’s dood, noch zijn vrijlating hem zou helpen, had hij van de aardestuurder een gruwelijk voorbeeld gemaakt. En daarmee had hij iets gedaan wat slechts weinige gelukt is; zichzelf voor altijd in het geheugen van alle Triple Trots gebrand. En telkens wanneer zijn naam viel, konden ze alleen maar denken aan het gruwelijke lot van Pero.”
Toen zijn grote genoegen, zag Arlekeno dat Brulor een beetje wit was weggetrokken.
“Welke lessen kunnen we leren van het verhaal van Perohoshi,” vroeg Noa aan Brulor. Hij begon op zijn vingers te tellen: “Loop nooit alleen over straat? Maak nooit een vuurstuurder kwaad? Beledig niet iemand die in staat is je te folteren?” Noa haalde zijn schouders op: “Wie zal het zeggen? Maar in jouw geval zou ik willen zeggen: als jij jezelf niet nuttig maakt voor ons, dan moeten wij misschien eens overwegen om jou nuttig te maken voor ons. Arlekeno,” het was voor het eerst sinds hij zijn verhaal begonnen was dat Noa zich weer tot hem richtte: “Volgens mij staat er twee wagons verderop een gereedschapskist. Misschien is het handig als je die gaat halen.”

Arlekeno begreep meteen waar Noa heen wilde en grijnsde breed.
“Bij de teelballen van Koh,” grinnikte hij: “En ik maar denken dat jij net zo soft was als die pacifistische windbuilen. Ik ben zo terug. Begin vooral niet zonder mij!”
Toen hij bij de deuropening was hoorde hij Brulor’s kettingen ratelen gevolgd door een schorre stem.
“Wacht.”

***

Hij haatte wachten. Ongeduldig trommelde hij met zijn vingers op het stuurwiel. Noa was al ruim een kwartier weg, te oordelen aan de klok aan de overkant.

Ze hadden de satomobiel op ruime afstand van de straathoek geparkeerd. Noa had aangeboden om het café te verkennen, alvorens ze tot de aanval zouden overgaan. Twee dagen geleden zou Arlekeno die suggestie weggewuifd hebben, maar de kleine vuurstuurder had zichzelf bewezen door Brulor aan het praten te krijgen.
Na zijn verhaal over de Perohoshi was het Terracotta-lid gaan zingen als een nachtemeeuw en had hen alles verteld wat hij wist; dat de Luchtnomade-gijzelaars werden vastgehouden in de ondergrondse kelder van een klein café. Dat dit café aan de Gruislaan de uiterst onoriginele naam De Bierstuurder had. En dat Ura haar rechterhand, een machtige aardestuurder genaamd Kadron, had toevertrouwd met de bewaking van hun waardevolle gijzelaars. Dat had Arlekeno erg amusant gevonden, aangezien het enige wat er nog van Ura over was letterlijk een rechterhand was. De Geesten had een apart gevoel voor humor.
Toch was er een ding wat hem dwars zat.
“Zag je hoe erg hij zijn best deed om niet te grijnzen toen hij ons over die Kadron vertelde?” had hij tegen Noa gezegd toen ze de wagon uitklommen.
“Ja,” beaamde Noa: “Ik durf te wedden dat hij nu stiekem zit te hopen dat z’n maatje ons een kopje kleiner maakt. Goed, ik ga Terra halen en dan zien we je bij de satomobiel.”
“Terra?” hij was zo abrupt blijven staan dat Noa bijna tegen hem aan botste: “Waarom zouden we haar meenemen?”
“Nou, met Tetsu… ehm… tijdelijk op inactief, is Terra is de enige aardestuurder in onze groep,” had Noa uitgelegd: “En ik denk dat die kelder van de Terracotta’s niet met een sleutel opengaat, als je begrijpt wat-”
“Dit is onze sleutel,” had Arlekeno hem onderbroken, en hij tikte met zijn vinger op zijn voorhoofd.
“Als je half-gebakken Luchtnomaden wilt wel ja.”
Die Luchtnomaden konden hem niet zoveel schelen, maar de gedachte dat hij mogelijk Tetsu’s dochter zou opblazen was te pijnlijk om te negeren, dus had hij zijn zegen gegeven om Terra bij hun reddingsmissie te betrekken.

Opnieuw trommelde hij met zijn vingers op het stuurwiel. In de binnenspiegel zag hij dat Terra hem aankeek vanaf de achterbank.
“Moet ik gaan kijken waar hij blijft?” vroeg ze.
Nors keek Arlekeno weer voor zich uit.
“Nee,” zei hij bars: “Noa had gelijk. De Terracotta’s zouden je kunnen herkennen van de Profstuur Arena en mij-”
“Omdat je met ze hebt samengewerkt,” maakte Terra z’n zin af: “Misschien hadden we dan toch wat van de anderen mee moeten nemen.”

“Oh ja?” Arlekeno draaide zich om in zijn stoel, zodat hij haar recht kon aankijken: “Wie had je precies in gedachten?” Hij begon op zijn vingers te tellen “June’s familiemotto is praktisch ‘dood ons, want wij zullen u nooit doden’. Toegegeven June zelf is minder irritant, maar nu heeft ze een studentje en zal ze het goede voorbeeld moeten geven.”
Hij stak naast zijn duim ook zijn wijsvinger op: “Die Feline zelf is een beginneling, en dus eerder een blok aan het been. Niet zo erg als Tsjon, dat is waar; volgens mij kan dat joch niet eens vechten.”
Terra’s mond ging open, waarschijnlijk om hem van repliek te dienen, maar hij stak ook zijn middelvinger op en ging verder voordat ze een woord kon uitbrengen.
“Rhine ligt momenteel in de lappenmand en die Mazin wijkt niet van haar zijde. Alsof hun handen aan elkaar gelijmd zijn, zo klef. Als je het mij vraagt kan ze trouwens veel beter krijgen dan dat gastje.”
“Niemand vraagt dat aan jou.”
Schouderophalend stak hij nu ook zijn ringvinger op. “Dan hebben we Nosson. Hij kan vechten en zijn genezing zou goed van pas komen, maar ik weet dat er tussen jullie twee iets speelt en ik wil geen gerotzooi op de achterbank. Tenminste, als jullie al zover zijn.”
Tot zijn genoegen zag hij dat er een blos op Terra’s wangen verscheen. Op deze manier was dit wachten niets eens zo vervelend. Hij stak z’n pink op: “Dat is er dat nieuw joch. Vijntje…” Maar verder dan dat kwam hij niet.
“Jij arrogante, onbeschaamde, zelfingenomen,” Terra’s borst zwol op van verontwaardiging, terwijl ze nog meer woorden afratelde die Arlekeno nog nooit gehoord had: “…hypocriete kameelifant dat je bent! Wat er tussen mij en Nosson, of tussen Mazin en Rhine, of voor mijn part tussen Tsjon en Feline speelt, gaat jouw miezerige, testosteron-gevulde primaten-brein te boven, en nog belangrijker, het gaat je geen ene moer aan! Je hoort mij ook niet vragen wat jij allemaal uitspookt met-”

Een harde tik op het raam onderbrak haar tirade en deed Arlekeno opspringen van schrik… waardoor hij prompt zijn hoofd stootte tegen het plafond van de Satomobiel. Vloekend, en met zijn hand wrijvend over zijn bonzende hoofd, stapte Arlekeno uit de wagen. Op de stoep stond Noa, eindelijk terug van zijn verkenningsmissie, en gekleed in een lange overjas, die hij zeker niet aanhad toen hij vertrokken was.
Met zijn armen over elkaar geslagen keek hij Arlekeno aan. “Ga nou niet zeggen dat jullie nu alweer ruzie hadden? Mag ik je er aan herinneren dat we allemaal aan dezelfde kant staan!
“We hebben een gemeenschappelijke vijand,” verbeterde Arlekeno hem “Dat betekent niet dat we gezellig samen ‘in de maneschijn’ horen te zingen alsof we de beste vrienden zijn.”
Noa haalde zijn schouders op: “Men zegt altijd: de vijand van mijn vijand-”
“Wij zijn geen vrienden,” kapte Arlekeno hem af: “Als dit gedoe voorbij is, kunnen we allemaal onze eigen weg gaan.” Noa’s gezicht leek enigszins te betrekken, en om een of andere reden voelde Arlekeno zich daar schuldig over.

“Gatverdamme,” proestte Terra, die van de achterbank uit de wagen stapte en haar neus dichtkneep: “Wat is dat voor een lucht?”
Nu zijn hoofd was gestopt met bonzen rook Arlekeno het ook; een penetrante geur van alcohol en tabak.
“Oh dat,” zei Noa schaapachtig: “Dat is vast deze jas die ik heb… geleend. Ik wilde een paar keer langs het café lopen om een goede indruk te krijgen, maar dezelfde jongen die steeds langskomt zou opvallen, dus had ik nieuwe kleren nodig. Twee steegjes verderop lag een jongen. Ik vroeg of ik zijn jas even mocht lenen en, nou, hij zei niet nee. Het ruikt misschien een beetje onfris-”
“Het riekt,” verbeterde Terra hem: “Heb je die jas van Tebo gejat ofzo?”
“Nee, maar hij had zeker wel het een en ander op,” gaf Noa toe: “Er zaten ook wat drugs in de jaszakken… die heb ik maar bij hem gelaten… en ik vermoed dat deze vlek wat opgedroogd braaksel is.”
Met luid gekreun wendde zowel Arlekeno als Terra zich van de vuurstuurder af. Die scheen de hint te snappen en trok de jas gauw uit.

“Heb je misschien ook nog iets nuttigs te melden?” vroeg Arlekeno.
“Oh, zeker,” zei Noa: “Ik heb het café geobserveerd en voor zover ik kon zien is er slechts één iemand aanwezig op de begane grond. Een man, begin 40. Hij stond achter de bar, maar het leek niet alsof hij gasten verwacht.”
“Uitstekend,” Arlekeno sloeg zijn vuist in zijn palm: “Dan zullen we zijn verwachtingen eens ondermijnen.”

***

Hij trapte de deur met zo’n geweld in dat een van de scharnieren abrupt afbrak. De man achter de bar liet van schrik het glas, dat hij net nog aan het poetsen was, op de grond vallen. Toen hij Arlekeno binnen zag komen, balde hij zijn vuist en bracht zijn armen naar boven.
“Haal je maar niks in het hoofd,” riep Arlekeno en hij tikte met zijn vinger op zijn voorhoofd: “Één verkeerde beweging en ze zullen je van de muren moeten schrapen.”
De man was opmerkelijk snel van begrip. Hij ontspande zijn handen en hief ze langzaam omhoog in een gebaar van overgave. Noa’s inschatting was vrij accuraat geweest. De man was minstens een decennium jonger dan Tetsu. Noch zijn haardos, noch het korte bruine baardje langs de onderkant van zijn gezicht bevatten enig spoor van een grijs haar.
“Mooi, en kom nu achter die bar vandaan,” beval Arlekeno: “Langzaam en als je leven je lief is, maak geen onverwachte bewegingen.”
Terwijl de man een stap achteruit zette, en met opgeheven handen langzaam om de bar heen liep, liet Arlekeno zijn blik door het café gaan. Het was een vrij bescheiden ruimte, waar je twintig tot vijfentwintig man kwijt kon. Naast een reeks krukken aan de bar, stonden er diverse statafels verspreid opgesteld inde ruimte tussen de ingang en de bar. Achter de bar was de muur tot aan de nok toe gevuld met allemaal gekleurde flessen drank, die op diverse planken uitgestald waren.

Hij vermaakte zich met de gedachte dat Noa een van die flessen cadeau kon doen aan zijn nieuwe vriend in het steegje verderop. Misschien was het tijd om hem en Terra naar binnen te roepen. Hij had hen gevraagd om hem vijf minuten te geven om deze kerel tot overgave te dwingen, zodat ze niet gewond zouden raken als deze kerel besloot te gaan vechten. Hij had geen zin dat hun enige aardstuurder mogelijk knock-out geslagen zou worden, of nog erger, dat hij bij terugkomst een preek van de luchtstuurders moest aanhoren!

Terwijl hij zich tussen al de statafels een weg naar de bar baande, richtte hij zijn aandacht weer op het Terracotta-lid. Maar toen zijn blik viel op de donkergroene ogen van de man, wist hij dat er iets niet klopte. Die waren niet op hem gericht, maar op iets links van hem. Net toen Arlekeno zijn blik volgde, maakte de man met zijn rechterwijs- en middelvinger een kleine zwiepende beweging.
Vanuit zijn ooghoek zag Arlekeno iets bewegen, en vliegensvlug draaide hij zich. De koffiemok raakte hem recht op z’n voorhoofd en liet hem sterretjes zien. Gedesoriënteerd struikelde hij een paar passen naar achteren.
“Dacht je nu echt dat wij niet wisten hoe we jouw sturing moesten aanpakken?” hoorde hij het Terracotta-lid zeggen: “Doe je ding en dan ben jij degene wiens inhoud de muren gaat versieren.”
Als hij niet zo’n knallende koppijn had gehad, had Arlekeno hem graag van repliek gediend. In plaats daarvan moest hij noodgedwongen een van statafels vastgrijpen om overeind te blijven. Afgrijzen vulde hem toen hij voelde waar het tafelblad van gemaakt was.

De omtrekken van het Terracotta-lid kwamen weer langzaam in beeld; de man stond nu nog maar slechts op een paar meter afstand van hem. Zijn hand was uitgestrekt en met zijn aardsturing had hij een van de ronde tafelbladen los van zijn poten gerukt. Alsof het een enorme frisbee was, wierp hij het blad richting Arlekeno.

Het projectiel ontwijken was in zijn toestond onmogelijk en Arlekeno werd door de ruimte gelanceerd, tot hij met een harde smak tegen de muur knalde. De klap benam hem de adem, terwijl hij langs de muur omlaaggleed en als een zoutzak op de vloer terecht kwam.
Kadron kwam op hem af, blijkbaar in de veronderstelling dat hij niet langer een gevaar was. Een veronderstelling die helaas wel eens juist zou kunnen zijn. Hij zag Kadron’s lippen bewegen, maar het duurde even voordat het gesuis in zijn oren genoeg was weggezakt zodat hij hem kon verstaan
“… 10.000 yuan. Maar voordat ik je aan Ura overhandig, wil ik wat antwoorden.”
Ura is dood, imbeciel. had hij willen zeggen. Hij probeerde zich overeind te tillen, maar zijn been zat klem onder het tafelblad dat Kadron naar hem had geworpen. Die zag wat hij probeerde te doen en met een simpele handbeweging drukte het tafelblad tegen Arlekeno’s borst en schoof hem langs de muur omhoog tot hij op ooghoogte met Kadron was.
“Jij was in de Arena met Tetsu. Waar is hij nu?”
“Val dood!” beet Arlekeno hem toe.
Kadron vuist balde zich samen en de druk op Arlekeno’s borst nam toe. Die zette zijn tanden op elkaar om een pijnkreet binnen te houden. Deze gast zou hem niet breken. Met beide handen greep hij het tafelblad handen vast om de pijn op zijn borst te verlichten, maar Kadron’s sturing was te sterk.

Op dat moment vloog de ruit van het café aan diggelen en een vuurbal suisde naar binnen. Kadron zette razendsnel een stap naar achter, waardoor het vuur hem op een haar naar mistte en in plaats daarvan een fles op de bar aan diggelen schoot.
Door zijn ontwijkingsmanoeuvre was Kadron’s grip op het stenen blad verslapt, en met alle kracht die zijn armen nog restte, wist Arlekeno het van zich af te duwen, op het moment dat twee gedaantes door het gebroken raam naar binnen sprongen.

“Ik weet het, ik weet het” zei Noa op verontschuldigende toon, terwijl hij een nieuwe vuurbol liet ontbranden in zijn handpalm: “De vijf minuten waren nog niet om.”
“Maar we waren het wachten beu,” voegde Terra er aan toe, en ze griste een mok van een statafel: “Hey, dit is mooi aardewerk.”
Met haar vrije hand maakte ze een beweging alsof ze een spinnevlieg dood wilde slaan; de mok schoot uit haar hand richting Kadron. Die was er nu wel op voorbereid en dook er onderdoor. Met een soepele rol kwam hij bij Arlekeno uit, greep die bij zijn arm vast en duwde hem tegen de wand aan. Arlekeno voelde hoe de structuur van de muur veranderde in drijfzand, hoe zijn hand erdoor werd opgeslokt alvorens de muur weer terug veranderde in steen. Met zijn vrije hand greep hij richting Kadron, maar die bewoog behendig buiten Arlekeno’s bereik toen Noa opnieuw de aanval inzette. De vuurstuurder wierp de ene na de andere vuurbal, maar de aardestuurder draaide en duikte aan de kant, waardoor Noa alleen maar lucht raakte.
Terra sloeg met een vuistslag de statafel aan stukken en stuurde de brokstukken als een schervenregen op Kadron af. Die werd gedwongen van tactiek te veranderen en bracht beide armen omhoog; twee van de statafels kantelde op hun zij en schoven voor hem als twee grote ronde schilden, waar Terra’s scherven op afketsen alsof ze van hout gemaakt waren. Met een schoppende beweging stuurde Noa een sikkel van vuur, maar ook zijn aanval was niet sterk genoeg om door het massieve steen heen te breken.

Op dat moment zag Arlekeno Kadron z’n hand omhoog brengen en hij wist wat er ging gebeuren. Kijkt uit, wilde hij roepen toen een van de tafelbladen weer rechtop kantelde, maar om een of andere reden bleef de waarschuwing in zijn keel hangen. Kadron voerde precies dezelfde manoeuvre uit die hij eerder op hem had toegepast!
Zijn metgezellen schenen dat ook te beseffen, of althans, tenminste één van hen. Terra draaide zich om en zette het op een lopen, maar Noa bleef staan. Vreemd genoeg leek Terra dat te verwachten, want in plaats van naar de uitgang, rende ze recht op de vuurstuurder af.
Noa vouwde zijn handen samen, waar Terra haar voet in plaatste; terwijl zij zich afzette, bracht Noa zijn handen omhoog wierp haar de lucht in. Met een gracieuze salto vloog Terra door de lucht, buiten het bereik van het tafelblad dat nu enkel nog op Noa afkwam.
Maar Terra zette de daling in en toen haar voeten het projectiel raakte, was het alsof iemand het een mokerslag toebracht. Het tafelblad werd met zo’n dreun in de grond geslagen dat er een trilling door de hele ruimte ging. De weinige flessen die nog op de planken stonden, tuimelden er vanaf.

Hij zag Kadron achter zijn schild wankelen, en voor het eerst was Arlekeno blij dat hij vastzat aan die vervloekte muur; het was het enige dat voorkwam dat de schokgolf hem op zijn gat liet vallen.
Onbedoeld was Arlekeno erg onder de indruk. Hij mocht dan niet veel weten over aardsturen, maar zelfs hij kon zien dat die techniek perfecte timing vereist had.
Toen het stof langzaam optrok zag hij dat Terra nog steeds op handen en voeten in het midden van een kleine krater zat. Noa stond een paar meter bij haar vandaan, maar niet voor lang. Hij sprintte naar voren, sprong op Terra’s rug en zette zich daarop af alsof ze een springplank was.
Dit keer was het Noa’s buurt om in de lucht gelanceerd te worden. De vuurstuurder raakte bijna het plafond en er verscheen een vuurbol bij zijn voeten. Op zijn hoogtepunt rolde Noa zichzelf op en begon aan een reeks voorwaartse salto’s; bij elke omwenteling werd de vuurbal aan zijn voeten groter en feller. Vlak voordat hij de grond raakte, strekte hij zich uit en lanceerde zijn aanval.

De vuurbol sloeg tegen Kadron’s overgebleven schild aan met de kracht van een kleine bom. Het tafelblad knalde uiteen en de aardestuurder die zich erachter verscholen had werd weggeblazen tot hij met een harde klap tegen de bar aan knalde.
Arlekeno wist de paar scherven die zijn kant op kwamen te ontwijken, maar kon niet voorkomen dat hij een lading stof inademde. Hij zag hoe Noa verderop met een plof languit op de grond viel.
Hoestend wuifde Terra het stof weg en liep naar de gevallen vuurstuurder. “Mooie techniek.”
“Dank je,” zei Noa, terwijl hij zich aan haar uitgestoken arm overeind trok: “Al moet ik mijn landing nog wat bijschaven.”

Het was zeker indrukwekkend geweest, al vond Arlekeno dat ze wat minder tijd mochten besteden aan complimenten uitdelen, en iets meer aan hem losmaken van die rotmuur. Maar voordat hij die gedachte kon omzetten in woorden, zag hij bij de bar iets bewegen.
Kadron krabbelde op handen en voeten overeind en greep een gebroken fles van de bar. Arlekeno zag hem op zich afkomen en haalde naar hem uit. Kadron dook onder zijn vuist door, gaf hem een klap in het gezicht en plaatste de gebroken fles op zijn keel. Met zijn andere hand greep hij Arlekeno’s vrije arm beet en draaide hem op zijn rug.
“Blijf daar!” blafte hij naar Terra en Noa, toen die met gebalde vuisten op hem afkwamen: “Of ik snij jullie vriend de keel door.”
Noa en Terra wisselde een vragende blik uit. Vervolgens haalde Terra haar schouders op. “Ga je gang,” zei ze tegen Kadron: “Hij is niet onze vriend.”
Arlekeno hoorde Kadron binnensmonds vloeken en had sterk de neiging om hetzelfde te doen. Als dat stuk glas zijn keel niet zou openhalen bij de eerste onverwachte beweging, zou hij zijn laatste momenten gebruiken om die tuthola eens te laten weten wat hij van haar vond!
“Ja, we hebben enkel een gemeenschappelijk vijand,” zei Noa met een smalende glimlach naar Arlekeno: “Dat zijn overigens zijn eigen woorden, niet de mijne,” voegde hij er quasi-verontschuldigend aan toe: “Wat was het ook alweer? ‘Dat betekent niet dat we gezellig samen…”
Terwijl Noa hem gretig zijn eigen citaten voorschotelde, zag Arlekeno vanuit zijn ooghoek dat Terra een minuscule draai met haar pols maken en prompt nam de druk op zijn vastzittende hand af.
Oh, dat was slim. Hij zou het niet eens gemerkt hebben als hij niet zo kwaad op haar was geweest. Kadron luisterde nog steeds naar Noa en scheen haar subtiele aardsturing niet gemerkt te hebben.

Hij trok zijn hand los van de muur en greep hij Kadron’s pols vast. Hij kneep er zo hard als hij kon in , terwijl hij de hand wegtrok bij zijn keel. De flessenhals viel uit Kadron’s hand en spatte op de grond uiteen. Het bendelid scheen zo verrast te zijn, dat Arlekeno in staat was zijn andere arm los te rukken en zijn elleboog in zijn gezicht te stompen. Vervolgens sprongen ze met z’n drieën bovenop hem.

***

Met een bezweet gezicht kwam Terra de trap weer op: “Ze zijn hier niet.”
Arlekeno keek haar fronsend aan: “Hoe bedoel je?”
“Ik heb overal gezocht,” zei Terra: “Maar er is in die kelder niets anders dan vaten vol drank. Er zit niets achter de muren en ook niet onder de vloer. Of ze moeten héél erg diep zitten.”
“Kun je niet dat sensorisch aardstuur-dinges gebruiken?”
“Als ik dat kon, denk je niet dat ik dat allang gedaan zou hebben?” Ze zette haar handen in haar zij, en keek hem aan alsof de suggestie alleen al beledigend was. Haar bezweette gezicht wekte zeker de indruk dat ze haar best had gedaan, dus zou hij zijn groeiende frustratie op iemand anders moeten uitleven.

Met een kwade grom beende hij de kamer uit, terug naar de bar waar Noa nog steeds de wacht hield bij Kadron. Het bendelid zat op een stoel, zijn handen op zijn rug gebonden met het snoer van de telefoon die ze achter de bar gevonden hadden. Met de stekkerkabel hadden ze zijn enkels bij elkaar gebonden en om hem stil te houden had Arlekeno een vaatdoek in zijn mond gepropt.
Die trok hij er nu ruw uit. “Begin maar te praten.”

Kadron hapte even naar adem, maar keek hem toen geirriteerd aan: “Was het teveel gevraagd om een schone vaatdoek te gebruiken?”
Arlekeno negeerde die opmerking.
“Waar zijn de gevangenen?” vroeg hij bars.
“Welke gevangenen?”
“De Luchtnomaden.”
“Niet hier. Denk je werkelijk dat Ura die aan mij toevertrouwd?
“Waarom niet?” zei Terra terwijl ze haar armen over elkaar sloeg: “Of wil je beweren dat Ura zo paranoïde is dat ze haar eigen rechterhand niet vertrouwd?”
“Haar wat?” Verbouwereerd staarde Kadron haar aan, voordat hij in schaterlachen uitbarstte.
“Ja hoor, daarom zit ik ook hier. Moederziel alleen in deze tent, terwijl de hele stad voor het grijpen ligt.”
Arlekeno kreeg het gevoel alsof iemand een emmer koud water over hem had gegoten. Het sloeg inderdaad nergens op! Ura’s rechterhand zou in haar afwezigheid het bevel over de mannen voeren; daar was hij tenminste haar rechterhand voor. De hooggeplaatste Agni Kai’s waren ook nooit alleen geweest, besefte hij zich.
“Wat doe je hier dan?” vroeg Noa aan Kadron.
“Oh niets bijzonders,” Kadron leunde nonchalant naar achteren, zodat zijn stoel nog maar op twee poten balanceerde: “Ik ben toevertrouwd met de zorg van dit mooie etablissement.” Hij haalde zijn schouders op: “Mijn beloning voor het kiezen van de verkeerde kant.”
“De verkeerde kant?” Arlekeno snapte er helemaal niks meer van.
De spottende glimlach verdween van Kadron’s gezicht, en hij liet de stoel weer op vier poten vallen. “Jij was er bij in de Arena. Jullie allebei,” hij knikte naar Terra: “Toen Ura haar coupe pleegde en zich het leiderschap van de Terracotta’s toe-eigende.”


“Krijg de pentapox!” vloekte Noa luidkeels: “Die rotzak heeft ons bedrogen! Hij praatte niet omdat hij bang was! Hij heeft ons opzettelijk hier naartoe gestuurd in de hoop dat we een van Tetsu’s oude maten zouden mollen.”
Bij Arlekeno vielen de puzzelstukjes nu ook op hun plaats. Ura had Tetsu verraden om de leider van de Terracotta Bende te worden. Maar dat had ze alleen kunnen doen met hulp van Hono en Otto, omdat lang niet alle Terracotta’s trouw waren geweest aan haar. Daarom hadden de bendes ook geprobeerd om Tetsu, samen met Xue en hem, te vermoorden in de Arena. Dus deze Kadron moest dan een van de leden zijn geweest die trouw was geweest aan Tetsu in plaats van Ura.
“Dus hij niet Ura’s rechterhand…” concludeerde hij.
“Nooit!” Kadron spuugde het woord haast naar buiten: “Die vrouw pist op alles waar de Terracotta’s voor staan. Ze heeft geen greintje eer of respect. Onder haar leiding zijn de Terracotta’s veranderd in baldadig tuig dat iedereen afmaakt die hen maar een strobreed in de weg zit.”
“Ja, want jullie waren voorheen zulke lieverdjes,” sneerde Noa sarcastisch.
Dat leverde hem een boze blik van Kadron op. “Ja, we zijn criminelen. Maar onder Gruzo hadden we een code. Er was sprake van eer, loyaliteit, respect. Het betekende iets om een Terracotta te zijn. Nu gaat er geen dag voorbij zonder dat een of andere arme stakker op straat z’n hand verplettert krijgt omdat ie een van Ura’s kornuiten verkeerd aankeek?”
“Als je zo’n hekel hebt aan wat de Terracotta’s geworden zijn, waarom ga je dan niet gewoon weg?” vroeg Noa.
“Omdat ik graag wil blijven leven,” zei Kadron op een dat-is-toch-overduidelijk toon: “Wat denk je dat Ura doet met deserteurs? Bovendien, waar zou ik heen gaan? Het is niet alsof ik kan emigreren naar een andere natie voor een frisse start. Het Verenigd Leger maakt me misschien niet af, maar ik voel er weinig voor om de rest van mijn leven achter tralies door te brengen.” Arlekeno kreeg een ongemakkelijk gevoel toen Kadron hem aankeek: “Dat zou inmiddels ook bij jou moeten zijn opgeko-”
“Hoeveel?” viel Terra hem in de reden.
“Hoeveel wat?”
“Hoeveel van jullie die zogenaamde ‘eervolle’ Terracotta’s zijn er nog?”
Kadron rolde met zijn ogen: “Wat doet dat er toe?”
“Wat als ik jou kan geven wat je wilt?”
“Ura’s hoofd op een zilveren schaal?”
“Haar hand eigenlijk,” grijnsde Arlekeno, maar Terra wierp hem een ‘hou-alsjeblieft-je-kop’-blik toe. Hij schrok enigszins van de felheid in haar ogen; dit was niet de gebruikelijke irritatie die hij daar zag, maar iets diepers. Ook Kadron leek even van zijn stuk gebracht. Zijn mond klapte open en weer dicht maar er kwam geen geluid uit.
“Ura is… dood?” Hij fronste zijn wenkbrauwen en leek diep na te denken, terwijl hij van Terra naar Noa, van Noa naar Arlekeno en vervolgens weer naar Terra keek. Die was op haar hurken voor hem gaan zitten. Arlekeno zag dat ze met iets zilverkleurigs in haar handen aan het frommelen was.
“Ik bied jou en je eervolle collega’s een kans om opnieuw te beginnen, met een schone lei en legitiem, eervol werk.” zei ze op ongekend heldere toon: “Alles wat je in Republikazia nooit meer kan krijgen. Maar daar wil ik iets voor terug.”
Kadron keek haar aan met een mengeling van ongeloof en intrige.
“Ik wil de luchtstuurders, levend en ongeschonden. En ik wil Mei Beifong.” Ze stak het voorwerp waar ze mee had zitten futselen uit naar Kadron, zodat die kon zie wat het was: “Wat denk je? Hebben we een deal?”
Avatars.png
JustaGirl zaterdag 10 oktober 2020 om 21:46
Geregistreerd: 31-7-2012
Woonplaats: Nederland
Berichten: 767
 
Rhine

“Maar wat als we iemand bij de Rode Moessons laten infiltreren en-”
“Zoiets is al geprobeerd,” onderbrak Xue de luchtmeester Jeng verveeld. “Nu als ik me goed herinner…” Rhine voelde hoe een stel ogen op haar gericht werden. “Vuurvlokje, waarom vertel jij niet hoe dat fiasco afliep?” vervolgde de watermeester op meer geamuseerde toon.
Als reactie sloeg Rhine haar armen over elkaar. “Het was gelukt als die Tebo ons niet verraden had!” protesteerde ze terug.
“Alsof Otto er zelf niet achter gekomen was.” Xue rolde met haar ogen. “Die Pinguïn-Otter is veel dingen, maar hij is niet achterlijk.”
Rhine besloot geen tegengas te geven. Misschien ook omdat ze diep van binnen wist dat er weinig tegenin te brengen viel. Het infiltreren bij de bendes was namelijk niet een plan waar Rhine erg trots op was. Ze had beter moeten weten dan het vertrouwen van de tweelingbroer van Fom. Het was een fout die de vuurmeester geen tweede keer zou maken, zoals ze bij Fom had gedaan.

Sinds het vertrek van Terra, Arlekeno en Noa was er een discussie ontstaan omtrent het bevrijdingsplan van de Rode Moesson-gijzelaars. Of er echter zoiets bestond als een waterdicht plan, betwijfelde Rhine: de vorige missies waren daar immers het bewijs van. Het gefaalde infiltratieplan, de confrontatie met Hono en zijn Agni Kai-leden, de aftuiging van Ura. Wat als Terra, Arlekeno en Noa niet zouden terugkeren? Wat als ze net zoals Tetsu… Nee, zo moest ze niet denken. Gelukkig duurde het ook niet lang meer voordat Jeng haar schreeuwkreet Rhine uit haar doemgedachtes wist te trekken.
“Daar zijn ze!”
Net als de anderen richtte ook Rhine haar ogen op de wagondeur die opzij geschoven werd. Aan de terneergeslagen gezichten te oordelen en het feit dat er nog een paar gezichten misten, leek het echter niet veel goeds te voorspellen. Hoewel Rhine alleen maar opgelucht kon zijn om te zien dat het drietal er zonder kleerscheuren vanaf waren gekomen.
“We hebben goed en slecht nieuws,” slaakte Noa met een zucht.
“Het slechte nieuws is dat Noa’s marteltechnieken zinloos waren.”
“Hey!” protesteerde de vuurmeester terug naar Arlekeno. “Ik had Brulor tenminste aan de praat gekregen. Het is niet mijn fout dat hij de verkeerde informatie gaf…” Arlekeno hield zijn schouders op. “Misschien had je gewoon daad bij woord moeten zetten.”
“Dus jullie weten niet waar mijn familie is?” kwam June ter zake.
“Ja en nee,” antwoordde Terra voorzichtig. “De luchtnomaden waren er niet, maar er was wel een Terracotta-lid, Kadron genaamd. I- ik heb een deal met hem gesloten,” vervolgde de aardemeester terwijl ze nerveus met een blond plukje haar speelde. Vervolgens legde Terra uit dat deze Kadron en een aantal Terracotta’s die trouw aan hem en Tetsu waren, de luchtnomaad-gijzelaars en Mei Bei Fong uit zouden breken. Het klonk allemaal zo eenvoudig, maar ook had het verleden bewezen dat het nooit simpel was. Als reactie op haar uitleg, stelde Nosson met opgetrokken wenkbrauw de vraag die waarschijnlijk bij iedereen in gedachten speelde.

“In ruil voor wat?”

Terra slikte en beet zachtjes op haar lip. Het was daarmee voor iedereen duidelijk dat er een keerzijde aan deze deal zat. “Ik heb ze een veilige doorgang beloofd naar Tenzau als de gijzelingscrisis over is. Daar zullen ze asiel krijgen en een kans om een nieuw leven op te bouwen.” Een hoop verwarde gezichten keken de aardemeester opnieuw met vraagtekens aan.
“Maar zoiets kan je toch niet zomaar beloven?” Vroeg Meelo die zijn bedenkingen als eerst bekend maakte. “Hoe ga je dit waarmaken?”
“Omdat,” en Terra beet opnieuw op haar lip. “Ik de prinses van Tenzau ben.”

Ze was… wat? Net als de rest van de groep wist ook Rhine op dit antwoord zich geen houding te geven. Ze ging immers al zo’n lange tijd met Terra om: hoe kon ze dit niet weten? Van de andere kant moest er vast een goede reden zijn waarom Terra het niet eerder verteld had. Rhine wist namelijk als geen ander hoe moeilijk het was om te praten over een verleden waar je niet aan herinnerd wilde worden, en hoe makkelijk het was om te doen alsof het niet bestond zolang je het er niet over had. Misschien gold hetzelfde voor haar vriendin.
“Ja hoor!” proestte Arlekeno in lachen uit. Rhine wierp hem meteen een kwade blik toe. “Natuurlijk,” vervolgde hij schaterlachend. “Straks ga je nog zeggen dat Rhine de Vuurheer is!”
“Is het echt zo?”
Het was duidelijk dat Nosson zijn vraag aan Terra gericht had. Hoewel het in deze situatie misschien net zo onwerkelijk was als zij de Vuurheer was geweest als dat Nosson niet wist van zijn vriendin haar afkomst. Als antwoord op zijn vraag liet Terra haar zegelring zien en daarmee bewees ze te waarheid te spreken. Ze was de prinses van Tenzau.
“Weet je het zeker dat het een goed idee is Terra?” Met een bezorgde blik was June naar voren gestapt. “Je had verteld dat je ouders niet de meest-”
“Jij wist hiervan?” onderbrak Nosson haar verbouwereerd. Dit keer klonk de watermeester echter meer gekwetst dan verbaasd. Terra stond met haar mond vol tanden en wist duidelijk niet de juiste woorden vinden om hem een verklaring te geven. Niet dat Nosson zijn vriendin überhaupt de kans gaf om uit te praten toen hij de wagon besloot te verlaten.
“Hij draait wel bij,” stelde June haar vriendin gerust. “Geef hem tijd.”
Rhine kon enkel met haar vrienden meeleven. Ze had respect voor Terra, die zich voor het eerst zo kwetsbaar had opgesteld. En ze voelde medelijden voor Nosson, die voor de zoveelste keer gekwetst werd door zijn vrienden. Nadat hij zijn emotionele exit had gedaan, leek zijn vriendin echter een tegenovergestelde reactie te hebben. Tot Rhine haar verbazing liet de trotse aardemeester geen emotie toe toen zij haar plan verder uit de doeken deed.
Om te voorkomen dat het Verenigd Leger de gedeserteerde Terracotta-bendeleden zou arresteren, zou Terra zich vrijwillig als gijzelaar overhandigen aan hen. Dit zorgde voor enige opstand binnen de groep, en Rhine was er vrij zeker van dat ook Nosson hier bezwaar tegen zou tekenen. Of Nosson het er nu echter mee eens was of niet: uiteindelijk zou de watermeester zich erbij moeten neerleggen dat dit de beste van de slechtste opties was die ze hadden.

Vervolgens vertrok Terra samen met Meelo naar de wagon waar Tetsu verbleef om het plan door te lopen. Hij was immers de enige die een uitspraak kon doen over of deze Kadron en zijn volgelingen vertrouwd konden worden. Daarmee leek de vergadering voor nu te zijn beëindigd. Terwijl iedereen zijn eigen weg ging, besloot Rhine opzoek te gaan naar Mazin, die op zijn beurt eerder opzoek was gegaan naar Nosson.
Buiten luidde de avondzon het gouden uur in. Rhine snoof de frisse lucht binnen en met een warme zucht weer uit. Genietend van de laatste zonnestralen nam ze tijdens haar zoektocht een paar vuurstuurtechnieken door. Sinds de ontmoeting met Ura was haar lichaam fysiek en mentaal uitgeput. Iedere dag voelde ze zich weliswaar sterker worden, maar Rhine kon alleen maar hopen dat haar schouderblessure geen belemmering zou vormen in de volgende missies. Niet dat het haar zou tegenhouden, want ze weigerde om langs de zijlijn te staan wanneer het Verenigd Leger zou binnenvallen.
“Ze gaat WAT doen!?”
Abrupt kwam de vuurmeester tot stilstand. Niet veel wagons verder kon ze de stemmen steeds beter verstaan. Op gepaste afstand besloot ze te luisteren naar wat er gezegd werd. Of beter gezegd: geschreeuwd.
“Geen zorgen,” hoorde ze Mazin sussen. “Ze zijn nu naar Tetsu toe om te kijken of die Terracotta-bendeleden te vertrouwen zijn.”
“Vast!” kaatste Nosson vol ongeloof terug. “Als ze zo loyaal zijn aan Tetsu, waarom zijn ze dan niet opgestapt zodra Ura de macht overnam?”
Er viel een korte stilte. “Precies,” beaamde de watermeester.
“Wacht! Waar ga je heen?”
Rhine dook snel de hoek om toen Nosson dichterbij kwam.
“Wat denk je zelf? Ik ga haar tegenhouden!”
“Het heeft geen zin, Nosson.”
Vanuit de reflectie van een wagonraam kon Rhine zien hoe Mazin een hand op de schouder van de watermeester had geplaatst. “Ik snap hoe je je voelt. Denk je dat ik het ermee eens was toen Rhine plotseling besloten had om zich bij Tetsu & Co aan te sluiten? Of wat dacht je ervan toen ze mee op oorlogspad was om Ura te vermoorden? Als mij iets was gevraagd, had ik haar natuurlijk willen tegenhouden. Net zoals jij dat nu wilt doen. Maar weet je wat ik me realiseerde? Ik had haar niet kunnen tegenhouden: ze had het toch wel gedaan. Met of zonder mijn hulp,” voegde Mazin er stilletjes aan toe. “En we weten allebei dat ook Terra niet van gedachten zal veranderen.”

Hoewel Rhine nog steeds uit zicht stond, kon ze zich niet minder betrapt voelen dan op dit moment. Sinds ze van haar oom was weggelopen, had ze niets liever gewild dan vrij zijn. Vrij om haar eigen mening te hebben, haar eigen beslissingen te maken en haar eigen weg te gaan. Inmiddels had Rhine ook wel gezien dat deze vrijheid bepaalde consequenties met zich meebracht. Het was ook niet alsof ze Mazin zijn hulp niet accepteerde, maar ze wilde hem simpelweg niet in gevaar brengen. Het waren haar keuzes, haar verantwoordelijken. Voor iemand die vrijheid echter hoog in de vandaal had staan, was ze hypocriet geweest om Mazin überhaupt geen keuze te geven in haar beslissingen.
“Ik weet het,” zuchtte Nosson na een korte stilte. “Ik wil gewoon niet dat haar iets overkomt. We hebben gezien hoe het vorige keer afliep met Rhine, Xue en Tetsu. Het voelt gewoon niet goed om alle verantwoordelijkheid op haar schouders te laten rusten.”
“Maar ze staat er niet alleen voor,” verzekerde Mazin hem. “Dit keer zijn we voorbereid.”
Rhine wilde zijn woorden graag geloven. Ze wilde geloven dat het einde bijna nabij was, en dat het allemaal goed zou aflopen. Maar dat was iets wat alleen weggelegd was in sprookjesverhalen. In werkelijkheid was het eerder een kwestie van hopen op het beste en voorbereid zijn op het ergste scenario.

“Wat ben je aan het doen?”
Rhine schrok op uit haar gedachtes. Ze keek achterom en staarde vervolgens recht in de ogen van Jeng. De vuurmeester richtte haar blik snel terug op de jongens. Toen ze zag dat zij net aanstalten maakten om weg te lopen, zuchtte Rhine opgelucht. “Waar kijk je naar?”
“Niets, of nou-” Rhine dacht na voor ze antwoord gaf, maar besefte zich al snel dat er niet echt een legitieme reden was waarom ze Mazin en Nosson had afgeluisterd. “Ik was ahm, opzoek naar de Maanperzikboom!” verzon ze tenslotte.
“Maar dat is die kant op,” verbeterde Jeng haar terwijl ze naar links wees. Voor de luchtmeester nog meer verdachte vragen zou stellen, besloot Rhine snel met een andere vraag die van haar te ontwijken. “Wat doe jij hier eigenlijk?”
“Ik vroeg me af of ik je wat mocht vragen. Of eigenlijk of jij aan iemand wat kon vragen voor mij,” vervolgde Jeng op enigszins nerveuze toon. Ze haalde diep adem en begon met praten. “Sinds het Ura gebeuren ben ik met June gaan trainen voor als we mijn familie gaan bevrijden. Ik wil mezelf zo goed voorbereiden als mogelijk, maar-” De luchtmeester viel plotseling stil, maar waar ze precies naartoe wilde met haar vraag bleef nog een raadsel.
“Maar?” herhaalde Rhine vragend.
“Ik weet helemaal niets van de Rode Moessons!” Jeng haar stem sloeg over. “Ik weet dat het een stel watermeesters zijn, en ongetwijfeld net zo meedogenloos als Hono en Ura’s bende.”
Ook Rhine kende de bende alleen van hun reputatie, en dat wilde de vuurmeester ook graag zo houden. “Waarom vraag je Xue niet? Die kan je vast meer vertellen.”
“Dat is waarom ik hier ben. Jullie zijn vrienden toch?”
“Je wil dat ik vraag of Xue je kan helpen?” De luchtmeester knikte en het verbaasde Rhine dat Jeng speciaal naar haar was toegekomen met deze vraag. Ze leek niet bepaald het verlegen type. Xue mocht dan wel niet de meest toegankelijke persoon zijn, maar Rhine wist dat ze zeker niet te beroerd was om te helpen. “Waarom vraag je het haar zelf niet?” vroeg ze tenslotte.
“Omdat ik, nou-” dit keer was het Jeng die niet snel een antwoord klaar had liggen. Rhine dacht terug aan het voorval wat eerder tussen die twee had plaatsgevonden en toen begreep ze het. Jeng de heilige, die eerder zo tegen geweld zwoer te zijn, verwelkomde nu alle tips en trucs om haar familie te bevrijden van de Rode Moessons. Ze wist waarschijnlijk ook dat het daarom hypocriet zou zijn om van alle personen uitgerekend Xue om advies te vragen, en waarschijnlijk wist ze ook dat Xue haar daarmee zou plagen. “Ik begrijp het,” gaf Rhine aan voordat Jeng een antwoord had gegeven. “Ik wil je best helpen, maar je mag het zelf vragen.” De luchtmeester knikte met een brede glimlach. “En dan mag jij mij helpen met het halen van die Maanperziken,” voegde Rhine eraan toe.

Met een volle buit aan Maanperziken waren de twee aan hun terugreis begonnen. Aangezien het al donker begon te worden, besloot Rhine het looptempo te verhogen. Niet omdat ze bang was in het donker. Nee, de enige vrees die ze op dit moment had, was die voor Arlekeno’s eetlust. Als het aan die jongen lag, was het avondeten al op voor je überhaupt de kans kreeg om op te scheppen. “Jeng, waar blijf je nou? We moeten opschieten!”
“Hier ligt een ring,” mompelde de luchtmeester achter haar. Rhine draaide zich om en liep een paar passen terug om het voorwerp te bekijken. “De letter T staat erin gegraveerd,” merkte Jeng op.
“De letter T?” herhaalde Rhine nadenkend. “T… dat moet de zegelring van Terra zijn! De T staat voor Tenzau.”
“Waarom ligt die hier?”
Rhine haalde haar schouders op en keek voor zich uit. “Waarom vraag je het haar zelf niet?” Vroeg ze toen ze twee blonde gedaantes in de verte spotte. In dit geval liet Jeng dat zich geen tweede keer zeggen. De nieuwsgierige luchtmeester raasde als een wervelwind vooruit. Nu kon ze wel opschieten, dacht Rhine bij zichzelf.
Toen de vuurmeester het groepje naderde zag ze hoe de blondine de goudkleurige ring om haar vinger plaatste. Te oordelen aan de grimmige sfeer die momenteel tussen Terra en Nosson heerste, leek het Rhine echter geen verstandig moment om hen verder te storen. Subtiel stootte ze daarom Jeng aan. “Kom,” spoorde ze aan. “Het eten wacht op ons.”
De luchtmeester was echter niet van plan om te vertrekken. “Ga je echt weg, Terra?” vroeg ze, oprecht verdrietig.
“Het is mijn plicht,” legde Terra uit. “Een die ik al veel te lang heb vermeden,” vervolgde de aardemeester op zachtere toon.
“Dus dat is het?” reageerde Nosson verbijsterd. “Je gaat terug naar Tenzau, trouwen met een of andere hoge pief en we zien je nooit meer terug?”
“Je wist dat ik terug zou gaan om het goed te maken met mijn ouders,” hielp Terra hem herinneren. “En dat ik uitgehuwelijkt was.”
“Maar niet op die manier!” beet hij haar toe. “Ik dacht dat je uitgehuwelijkt was, zoals Rhine. Ik dacht dat het niets betekende, iets waar je onderuit wilde komen. Maar ik vraag me nu af of je dat wel wil?”

Ze was wat? Hoe meer ze hoorde, des te meer Rhine ervan overtuigd raakte dat ze haar vrienden niet zo goed kende als ze dacht. Fom en Maya die haar vriendschap verruild hadden voor die van een tiran. Terra die de prinses van Tenzau bleek te zijn, en blijkbaar uitgehuwelijkt was net als zij. Wat wist ze ook eigenlijk van Nosson? Hij kwam van de Zuidpool naar Republikazia toe om onderzoek doen, dat was alles.
Misschien was het niet aan haar om te oordelen, want ook Rhine had niet eerder verteld over haar oom die haar uitgehuwelijkt had. Ze kon daarom begrijpen hoe Terra zich op dit moment moest voelen en waarom ze was gevlucht. Het enige verschil was dat Rhine geen verantwoording hoefde af te dragen aan een volk. Ze kon zich alleen maar voorstellen hoe benauwend zoiets moest voelen.
“Ik weet niet wat ik wil,” antwoordde Terra uiteindelijk. Ze hief haar kin en positioneerde haar borst standvastig vooruit. “Maar ik moet terug om dat uit te zoeken.”
“Jongens?” Rhine wendde haar blik tot de nieuwe stem. Het was Tsjon die ongemakkelijk tussenbeide besloot te komen. “Meelo wilde een aankondiging doen, komen jullie?”
“Aankondiging?” herhaalde Rhine verbaasd. “Het Terracotta-plan gaat door dus?” En Nosson is ermee akkoord? voegde ze er in gedachten aan toe.
“Dit gaat over de Rode Moesson gijzelaars,” legde hij uit. Van verbazing liet Rhine een paar Maanperziken uit haar armen glippen. Hoelang was ze weggeweest? Wat had ze gemist? Ze stamelde een paar woorden uit tot ze zichzelf en de gevallen vruchten uiteindelijk herpakte.
“Waar wachten we nog op dan!” riep Jeng enthousiast.

[de volgende dag]

“Tetsu, weet je zeker dat je er klaar voor bent?”
De ex-Terracotta leider gaf geen antwoord op de vraag van Ikki, en misschien had hij daarmee juist haar vraag beantwoord. Twaalf jaar lang was Tetsu niet klaar geweest voor de hereniging met zijn dochter. Twaalf jaar had hij deze kans op zich laten wachten, en vandaag was het misschien wel zijn laatste kans. Natuurlijk was hij er niet klaar voor.

Terra en June hadden weliswaar hun best gedaan om zijn uiterlijk op te knappen, maar het gif had duidelijk haar tol geëist. De ingevallen jukbeenderen van Tetsu verraden zijn verslagen gemoedstoestand. De rolstoel die Tsjon en Feline voor hem hadden geregeld maakte zijn kwetsbare verschijning er bovendien niet beter op. Toch beweerde de kille en gefocuste blik in Tetsu’s ogen het tegenovergestelde. Alsof hij niets te verliezen had: en tegelijkertijd alles. Het was een blik die in elk geval duidelijk maakte dat de metaalmeester niet op andere gedachtes te brengen was. Rhine wilde hem nog zoveel zeggen, maar voor ze haar woorden gekozen had was Tetsu inclusief rolstoel al ingeladen in de ijscowagen. Gevolgd door Tsjon, Feline en Nosson.

Het was een ongemakkelijk afscheid geweest. Hoewel dat misschien ook te wijten was aan de roerige stemming die momenteel tussen Terra en Nosson heerste. Voor zover Rhine had gezien, hadden die twee elkaar noch gesproken noch elkaar een blik waardig gegund sinds hun ruzie van gisteravond. Waarschijnlijk was dat ook de reden waarom Terra aan de bestuurderszijde besloot in te stappen.
“Ik wist niet dat Tenzau zo’n progressief koninkrijk was,” zei Arlekeno uit het niets. “Of tenminste, ik neem aan dat je daar hebt leren rijden?” Terra hield de bestuurdersdeur met een hand beet terwijl ze hem een vijandige blik toewierp. “Als zelfs jij het kan, hoe moeilijk kan het dan zijn?” bitste ze terug. Voor Arlekeno een weerwoord kon geven, kwam gelukkig een andere stem snel tussenbeide.
“Aahm, anders kan ik wel rijden?” Het was de crush van Jeng die het voorstelde, Veijno, als Rhine het zich goed herinnerde.
“Mooi!” Arlekeno duwde de jongen vooruit richting de ijscowagen. “Ben je toch nog ergens nuttig voor.”

En zo was de eerste groep vertrokken. Rhine kon nog steeds nauwelijks bevatten dat het zover was. Vandaag zou de gijzelingscrisis eindelijk teneinde komen. Zelfs nu ze op punt van vertrekken stonden, leek de gedachte amper tot haar door te dringen.
“Alsof hij zelf zo nuttig is met het afzeiken van iedereen,” mompelde Mazin toen de ijscowagen het terrein was afgereden.
“Hij valt best mee,” reageerde Rhine schouderophalend. “Je went eraan.”
Mazin rees een wenkbrauw op. “Moet ik je eraan herinneren dat hij je tot twee keer toe heeft geprobeerd te vermoorden?” vroeg hij stomverbaasd.
“Geprobeerd,” herhaalde ze met een schrale glimlach. “Het is hem duidelijk niet gelukt.”
Mazin mompelde opnieuw wat onverstaanbaars. Hij was duidelijk niet blij met het feit dat ze samen met Arlekeno de volgende missie moesten volbrengen: een gevoel dat waarschijnlijk wederzijds was. Als het echter aan haar vriendje had gelegen, bleven ze achter op het wagonterrein tot het Verenigd Leger de stad bevrijd had. Maar Mazin wist dat Rhine daar nooit akkoord mee zou gaan.

Gelukkig was het plan vrij eenvoudig. Ze hoefden enkel het Verenigd Leger en Tenzau in te lichten vanuit de radiotoren wanneer de Terracotta en Rode-Moesson gijzelaars bevrijd waren. Gezien Rhine samen met Arlekeno eerder in de radiotoren waren geweest, werden zij logischerwijs ingedeeld in deze groep. Uiteraard stond Mazin vooraan om mee te gaan, waarop Arlekeno besloot om Noa in hun team te betrekken. Misschien koesterde de grote brombeer toch geen hekel jegens al haar vrienden, had Rhine bij zichzelf gedacht. Hoewel ze niet wist hoe Noa over deze nieuwe vriendschap dacht. Tenslotte stond Ikki erop om met hen te vertrekken. Niet alleen omdat ze van mening was dat ieder groepje één volwassene moest tellen, maar ook omdat ze Generaal Lu Ten persoonlijk kende.

“Rhine?”

De vuurmeester wendde zich tot de stem achter zich. Toen ze het zusje van June zag staan, wist ze meteen waarom de jonge luchtmeester naar haar toegekomen was. Door de chaos van de avond ervoor was ze haar belofte compleet vergeten, maar Rhine was een vuurmeester van haar woord.
Even later vonden ze Xue met haar rug tegen een wagonwiel aan. Ze maakte haar polswraps los om deze vervolgens weer opnieuw en strakker te bevestigen. Alles aan haar houding vertelde hen dat ze hier afgezonderd zat met een reden, maar Rhine besloot zich daar niets van aan te trekken. Het was immers niet alsof zich nog een ander moment zou voordoen.
Subtiel stootte ze daarom de schouder van Jeng aan. “Vraag dan,” spoorde ze aan.
“Auw!” piepte die terug.
“Vuurvlokje?” Xue liet vervolgens haar blik glijden over de luchtmeester. “Jengelaar,” vervolgde ze. “Wat doen jullie hier? Moeten jullie je niet klaarmaken voor vertrek?”
“Daarom zijn we hier,” legde Rhine uit. “Nietwaar Jeng?”
“Dat is waar!” beaamde Jeng, net iets te luid.
De luchtmeester begon vervolgens een onsamenhangend verhaal te vertellen over een gedicht van een oud luchtnomaad: Goeroe Laghima genaamd. Het ging over iets dat groei alleen kon ontstaan wanneer het bestaande vernietigd zou worden. Wat de relevantie daarvan was, bleef een raadsel toen Rhine haar besloot te onderbreken voordat Xue hetzelfde zou doen. “Ze wil weten wat haar te wachten staat als jullie dadelijk de Rode Moessons trotseren,” legde ze uit.

Xue leek eerder verbaasd dan geamuseerd om het feit dat Jeng haar om tips kwam vragen. “Je wilt weten hoe de Rode Moessons zijn?” vroeg ze ter bevestiging. De luchtmeester knikte haastig en schrok enigszins toen Xue voor haar kwam staan. “Goed,” ging de watermeester verder terwijl ze de luchtmeester in haar borst prikte. “Ik zal je haarfijn uitleggen hoe die valse kattigators te werk gaan! Op het eerste gezicht lijken ze kalm en vriendelijk, dus besluit je dichterbij te komen. Je besluit hen te vertrouwen, en het gevoel lijkt wederzijds. En dan wanneer je ze je huis binnen verwelkomd, komt de ware aard van het beest plotseling naar boven. Ze ontbloten hun scherpe tanden en je komt erachter dat je al die tijd nooit meer dan een simpele prooi voor hen bent geweest!”
Verbijsterd stonden Rhine en Jeng te luisteren. “Wat is een kattigator?” vroeg Jeng na een korte stilte. Xue schudde haar hoofd. “Laat ook maar,” zuchtte ze. “Ze zijn niet te vertrouwen: laten we het daarop houden.”

“Maar, maar, hoe weten we dan zeker of ze mijn familie laten gaan!?” De paniek was duidelijk in Jeng haar ogen af te lezen. Het was een goede vraag. Meelo had Otto weliswaar aan de telefoon ervan kunnen overtuigen om de Rode Moesson gijzelaars terug te krijgen, maar ook hij kon geen zekerheid garanderen. In dit geval besloot Rhine dat het meest eerlijke antwoord niet het meest wenselijke was.
“Omdat Otto geen keuze heeft,” probeerde ze haar daarom gerust te stellen. “Hij weet dat zowel de Agni Kai’s als de Terracotta’s hun gijzelaars kwijt zijn. Of tenminste, dat denkt hij. Het is slechts een kwestie van tijd voordat het Verenigd Leger of de andere bendes achter hem zullen aankomen.” Rhine richtte haar blik tot Xue. “Hij zou krankzinnig zijn om Meelo’s deal van tafel te schuiven, toch?”
Bovendien was het meer dan een eerlijke deal. In ruil voor de laatste luchtnomaden had Meelo beloofd om Otto en zijn bende niet te vervolgen voor hun misdaden. Samen met Xue, June en Jeng zou Meelo de Rode Moessons vandaag bij de kade treffen om de deal rond te maken. Xue vond de oplossing uiteraard veel te genadig voor de bende die haar verraden had: iets dat veel dieper geworteld zat dan Rhine zich tot vandaag besefte.
Na een korte stilte hield de watermeester haar schouders echter onverschillig op. “Hij is krankzinnig! Hij heeft zijn eigen been afgehakt om aan Amon en de Gelijkwaardigen te ontkomen. Dus hij-”

“Zal er alles voor over hebben om zijn hachje te redden,” klonk plots een monotone stem. Het was Meelo wie zich geruisloos besloot te mengen in het gesprek. Vast een één of ander luchtstuurkunstje.
“En mocht die kattigator niet luisteren,” zei Xue terwijl ze de dichtstbijzijnde plas water in een ijsspeer veranderde. “Is er altijd nog plan B!”
Rhine betwijfelde of dat nu hetgeen was wat de jonge luchtmeester meer geruststelling moest geven. Meelo leek deze gedachte te delen toen hij zich over de watermeester boog. Luchtmeesters stonden weliswaar bekend om hun vredige en geduldige natuur, maar dat was allesbehalve Meelo op dit moment uitstraalde. “Ik dacht dat ik mezelf gisteravond had duidelijk gemaakt Xue,” begon hij op uiterst serieuze toon. “Als je denkt dat je je niet kan beheersen, ben je altijd vrij om je nog bij het andere groepje aan te sluiten.”
“Ik gà mee!” agiteerde Xue. “Maar ik zweer: als die Pinguïn-Otter de boel belazerd dat ik hem mijn spies rijg voor hij-”
“Ik verwacht niet minder,” onderbrak Meelo haar met een schrale glimlach. Hij nam vervolgens zijn nichtje mee voor een gesprek onder vier ogen. Misschien ook maar beter, dacht Rhine bij zichzelf. De kans dat Meelo haar gerust kon stellen, was immers veel reëler dan dat Xue kon doen: en waarschijnlijk ook minder gericht op het promoten van geweld.

“Verwacht die luchthippie nu werkelijk dat zijn diplomate aanpak gaat werken?” vervolgde Xue toen de luchtmeester op veilige afstand verwijderd stond. “Die Unagi is niet te vertrouwen.”
Onbedoeld moest Rhine lachen. “Wat is daar grappig aan?” beet ze haar toe.
“Misschien kan Otto hierna een nieuwe carrière overwegen bij de Sinteleilandspelers,” legde Rhine uit. “Hij heeft immers al een houten poot. Dan kunnen ze de wraak van de Unagi naspelen!” Xue keek haar niet-begrijpend aan, waarop Rhine haar handen in de zij plaatste. “Je gaat me toch niet vertellen dat je nooit van de Unagi legende hebt gehoord?”
“Natuurlijk ken ik die legende!” bitste ze terug. “Maar wat heeft dat te maken met Sinteleiland?”
“De Sinteleilandspelers zijn een groep mensen die bekende verhalen naspelen op een podium,” zei Rhine. “Ze trekken kostuums aan, doen zich voor als personages uit een legende of verhaal en beelden het daarna uit voor publiek.”
“Naspelen?” herhaalde Xue. “Dus de gevechten zijn nep? Wat is daar nu leuk aan?”
“Het draait om de moraal natuurlijk! De passie, het drama! En-”
“Helemaal voor jou weggelegd,” onderbrak de watermeester haar grinnikend. “Ik hoor het al.”
“Je moet het op z’n minst een keer meegemaakt hebben,” drong Rhine aan. “Ik geloof dat ze ook op tournee komen naar Republikazia.”
“Hoewel ik graag van de partij ben als die houtenpoot optreedt,” bekende Xue. “Denk ik niet dat ik erg welkom geheten word in de stad als dit gebeuren voorbij is.”
Rhine beet op haar lip terwijl ze nadacht. “Kan Meelo jullie geen generaal pardon geven?” vroeg ze tenslotte. Het was namelijk niet alsof haar criminele activiteiten zwaarder wogen dan die van de andere bendeleden, en het was niet alsof Xue daar geen prijs voor had betaald. Sterker nog: een generaal pardon was wel het minste wat de stad kon betekenen na alles wat Xue, Tetsu en Arlekeno terug hadden gedaan.
“Dat verandert nog steeds niet hoe de mensen ons zien,” zei Xue. Ze sprak de woorden uit zonder emotie, maar Rhine wist dat het haar meer deed dan ze ooit zou toegeven.
“Misschien,” gaf Rhine toe terwijl ze een hand op de schouder van haar vriendin legde, “maar ik hoop dat je weet dat ik jullie niet zo zie.”
Xue wist duidelijk niet hoe ze moest reageren en knikte daarom met een korte glimlach. Rhine wist dat het haar manier was om haar dankbaarheid te tonen en glimlachte terug. Het was echter de vraag of de Terracotta- en Rode Moesson bendeleden diezelfde blijk van waardering zouden geven vandaag. Was het de juiste keuze geweest om genade te bieden aan de organisaties die telkens weer ongenadig bewezen te zijn?

*high-fived Zuko4Ever* We did it! :D Damn, vijf jaar geleden en nu voelt het toch alsof het gisteren was sinds hier het laatst gepost is. Mochten andere oud-AP leden nog zin hebben om aan te haken, laat het maar weten ^_^
Bericht is gewijzigd op zaterdag 10 oktober 2020 om 21:47.